Ontwerp gezamenlijke tuin de Omscholing

Ontwerp gezamenlijke tuin de Omscholing
Ontwerp Tuinatelier Herman & Vermeulen

zondag 27 juli 2014

Japanse wijnbes

In een van de moeilijkste hoekjes van mijn stadstuintje op postzegelformaat staat tegen de schutting een Japanse wijnbes, ofwel de Rubus phoenicolasius.


Het is een grote stekelige plant die hele lange scheuten maakt. De bloemen en de vruchten komen aan de stengels die in het voorgaande jaar zijn gegroeid. De besjes hebben een beetje de kleur van frambozen en de smaak is friszuur. De vruchten van de Japanse wijnbes zijn niet allemaal tegelijk rijp; dat maakt het een echte snoepplant, iedere keer pluk je een handje. Het grote voordeel is dat de vogels ze bij mij laten hangen, ik hoef dus niet in de weer met netten, stroken zilverpapier of oude cd's om nog wat van de oogst over te houden. Ook zitten ook er geen rupsjes of wormpjes in. (Ik lees op het net dat de oogst bij sommige mensen wel wordt opgegeten door vogels.)







































Het meest opvallende aan de Japanse wijnbes zijn de stekels. Zeker met wat tegenlicht zie je een zee aan rode klierharen en stekels. Dit maakt het plukken van de vruchtjes een spannende onderneming, al snel hang je met je kleding of je huid in de struik.







































Na de oogst kun je de scheuten die vrucht gedragen hebben bij de grond afknippen. Dat is ook een goed moment om de andere scheuten op te binden en te leiden langs draden of de schutting. Je hebt er met het plukken veel baat bij als de lange scheuten overzichtelijk langs draden zijn gespannen; het is geen pretje om met je handen diep de struik in te gaan. De lange scheuten kun je dan ook wat inkorten.

De plant kan in de zon staan, maar hier staat de Japanse wijnbes in de schaduw en de besjes rijpen prima. Het is heel makkelijk om de plant te stekken. Op deze blog staan prachtige close ups van de vruchtjes en de beste tip om ze eten: met een bolletje ijs!






dinsdag 15 juli 2014

Dol op dahlia

De dahlia is niet de meest natuurlijke ogende plant. De nogal felle, opvallende kleuren en uitgesproken vormen maken de dahlia een beetje een kermisklant; een tikje ordinair maar wel lekker. De eerste dahliaknollen kwamen uit Mexico als eetbare knollen. Een van de vrouwen van Napoleon, Jos├ęphine, de 'rozenkeizerin', kwam op het idee om de knollen in haar tuin te planten voor de bloemen. De dahlia stond in die tijd nog symbool voor goede smaak.

Lang heeft de dahlia vooral een imago van boerderij- of volkstuinbloem gehad. Romke van der Kaa schrijft in zijn boek 'Geluk is een grasveld': "Zeeuwse knoopjes en buxushaagjes zijn het toppunt van chic, maar de dahlia moet opboksen tegen zijn proletarisch imago. Zoals de Volvo-rijder neerkijkt op de gewone man in zijn Opeltje, zo wemelt het van tuiniers die zich op hun goede smaak laten voorstaan, die louter astrantia's en Engelse rozen planten en die de volkse dahlia nooit binnen hun perken zouden dulden".

Toch zie je de dahlia steeds meer aangeplant worden. Vooral de 'Bishop of Llandaff' is populair. Deze heeft donkerder blad en rode bloemen met felgele meeldraden en een donker hart.

Eind april heb ik de knollen in emmers en bloempotten gepoot. Het kan natuurlijk ook in de volle grond.


Daarna is het wel lang wachten, het blad groeit en dit is niet de meest inspirerende fase van de dahlia.



Maar dan is het juli en de knoppen worden gevormd. En als je net als ik een zak 'assorti' hebt geplant, is het spannend om te kijken wat daar zoal uit gaat komen.

Als je de bloemen blijft afknippen gaat de dahlia door tot het 's nachts gaat vriezen. Daar kunnen deze Mexicanen niet tegen (net als langdurige natte voeten, dan gaan de knollen rotten). De stengels knip je dan af en nadat je de knol hebt schoongeveegd bewaar je deze op een droge, koele plek om te overwinteren. Ik bewaar de knollen in een kistje onder wat in repen gescheurd krantenpapier. Maar zover is het nog niet. Om de bloei te stimuleren knip ik deze zomer nog heel veel boeketten. 




vrijdag 4 juli 2014

Scabiosa, Knautia of Cephalaria

Scabiosa heet in het Nederlands schurftkruid of duifkruid. De naam is afgeleid van scabies, Latijn voor schurft (en dit komt weer van het woord scabere, 'to scratch'). Knautia wordt hier in Nederland beemdkroon genoemd maar ook weduwebloem. De beide planten lijken tijdens de bloei veel op elkaar en vroeger werd er tussen deze planten geen verschil gemaakt. Het subtiele verschil zit in de bloemhoofdjes: Scabiosa heeft een kelk met 'lange tanden' en ook de zaadhoofdjes verschillen van elkaar. Bij de Limburgse Plantenwerkgroep staan een paar duidelijk foto's van de 'lange tanden'. Knautia wordt soms ingedeeld bij de kamperfoeliefamilie en soms bij de kaardebolfamilie. Scabiosa wordt alleen ingedeeld bij de kaardebolfamilie.

Scabiosa bloeit lang en mooi, trekt veel hommels aan en staat ook nog eens mooi in een vaas. Er zijn lila, witte, zachtgele en ook prachtige donkere kleuren zoals de Scabiosa atropurpurea 'Chile Black'. Van de Knautia is voor al de macedonica bekend. De Knautia macedonica is een wat warrige, slordige plant met een donkerrode of roze kleur die alle kanten op gaat. Een paar stevige planten in de buurt houden de springerige knautia wel in toom (dan heet het een weefplant). We schreven al eerder een post over Beemdkroon of Knautia macedonica. 

Geen scabiosa en ook geen knautia is de citroengele Cephalaria gigantea Deze plant heeft veel benamingen: reuzenscabiosa, schoepkruid, gele scabiosa of groot plathoofd en is verwant aan de scabiosa. Ik vind hem heel mooi. De plant heeft een rozet van donkergroene ingesneden bladeren op de grond en vrolijke gele bloemen op dunne steeltjes hoog in de lucht.

Het blad van de reuzenscabiosa of Cephalaria gigantea 






































De ontwikkeling van knop naar bloem is prachtig om te zien. 
Eerst verschijnt er een knop met een geel/zwart, bijna grafisch patroon.


Knop van de Cephalaria gigantea






































Daarna volgen heel langzaam de bloemblaadjes.



En dan de rest! 



Bij mij hebben de hoge stengels geen steun nodig, maar dat kan ook liggen aan de relatief beschutte plek. Hier las ik een leuk stuk over de ontdekking van de reuzenscabiosa.