Ontwerp gezamenlijke tuin de Omscholing

Ontwerp gezamenlijke tuin de Omscholing
Ontwerp Tuinatelier Herman & Vermeulen

maandag 21 december 2015

dinsdag 1 december 2015

Snoeien in de winter


Er zijn tuinders met snoeiangst maar ook met knipdrang. Tuinders met snoeiangst zijn bang dat ze hun planten of bomen doodmaken door een verkeerde behandeling. Mensen met knipdrang daarentegen lopen het liefst met een snoeischaar door de tuin en knippen alles af wat maar uitsteekt.  De meeste heesters en bomen zijn dol op een knipbeurt, niet voor niets luidt het gezegde: “snoeien doet bloeien”. Maar is dat altijd zo?

Huilende bomen

Bij sommige planten geldt “snoeien doet bloeden”. Deze ‘huilende’ soorten kun je dan ook het beste snoeien als ze in rust zijn, dat wil zeggen als de opwaartse sapstroom is gestopt. Onder de huilers vallen de ABC-bomen: A staat voor Acer (esdoorn, Japanse esdoorn, Maple Leaf), de B voor Betula (berk) en de C voor Carpinus (haagbeuk). Verder zijn maar ook de Juglans (notenboom) en de Vitis (druiven) gevoelige en huilerige types.



Snoei deze huilers in de winter als het niet vriest en als het droog is, maar wacht niet tot januari, want dan komt de sapstroom alweer op gang. Voor druiven is tussen kerst en nieuwjaar een goede tijd om te snoeien.

Veel bomen worden traditioneel gesnoeid in de wintertijd. Dit heeft vooral te maken met de drukke periode van hoveniers, in de lente en zomer is er gewoonweg geen tijd voor. Het grote voordeel van snoeien in de winter is dat er geen blad aan de bomen zit, de structuur van het takkengestel is beter te zien en de takken zijn minder zwaar.



Hoe snoei je een druif

Druiventrossen groeien op nieuwe uitlopers, op eenjarig hout, de oude mogen er dus af. Een mooie druif heeft meestal één tak omhoog, de harttak of stam. Vanuit deze verticale harttak groeien weer horizontale uitlopers, die noemen we leggers en binden we meestal vast aan een draad of aan de dakgoot. De afstand tussen twee leggers moet wel 40 of 50 cm zijn, dus beperk het aantal leggers. In de winter knip je de takken die uit de leggers zijn gekomen af op twee of drie ogen (groeipunten of knoppen).  Er blijft dus alleen een soort stompje staan, dit noemen we een stift. De leggers worden uiteindelijk steeds dikker en mooier, net als uw druiventrossen.

dinsdag 20 oktober 2015

Bollen in bakken

Het is weer tijd om bloembollen te planten. Ieder jaar zie ik er weer tegenop; in de miezerregen op mijn knieën door de tuin, kuiltjes hakken in de dichte kleilaag. Als ik de foto's bekijk van de explosie aan kleur in de lente dan weet ik dat ik ook dit jaar weer aan de slag ga.

Je kunt het jezelf ook makkelijk maken, door de voorjaarsbollen in emmers en bakken te plaatsen. Wat winterviolen erbovenop maakt het helemaal af. Deze bak is onderdeel van een beplantingsplan voor een romantische bostuin.


Wees niet kieskeurig; iedere bak, emmer of afwasteil met een paar gaatjes onderin is geschikt.


Door de bollen in lagen te poten passen er meer in. De grootste bollen eerst, laagje aarde erop en dan de volgende laag. 


De witte tulpen zijn Tulipa Fosteriana Purissima, de narcissen botanische Minnow, witte hyacinten, blauwe druifjes en een onbekende gele tulp.






woensdag 23 september 2015

10 planten voor natte kleigrond


Dit stuk verscheen eerder in het Groot Ho(e)fblad van Volkstuinvereniging Eigen Hof Rotterdam


Blij met klei?



De tuinen op Eigen Hof Rotterdam liggen op de kruising van de Overschiese Kleiweg en de Oude Kleiweg. De naam Cley wech is al heel oud, het schijnt dat de naam al in 1419 voorkwam (Bron: Stadsarchief). De naam is afkomstig van een hele oude route van Overschie naar Hillegers Berch. Deze route kronkelde door het oude moerasachtige veengebied en volgde een ingesleten geul tussen de Schie en de Rotte. Door afzetting van rivierklei bovenop de veenlaag is er een kreekrug ontstaan. Vanuit deze hoger gelegen kreekrug is men vervolgens het natte veengebied gaan ontginnen.



Voordeel van kleigrond


Veel van de tuinen op Eigen Hof bestaan dus uit een laag rivierklei op veengrond. Tuinieren op klei heeft voor- en nadelen. Klei bestaat uit hele kleine gronddeeltjes. In plaats van ronde korreltjes bestaat klei uit platte plaatjes die dicht op elkaar zitten. Die deeltjes zijn negatief geladen. Hiermee kunnen ze positief geladen deeltjes uit het grondwater aan zich binden. Dat is fijn want zo spoelen belangrijke mineralen, de positieve deeltjes, niet weg maar blijven ze in de grond zitten voor de planten. Dit maakt kleigrond dus zo vruchtbaar.

 

Nadeel van klei


Vanwege de vorm van de kleideeltjes spoelt water niet zo snel naar beneden. Dit maakt dat kleigrond bij langdurige regen zeik- en zeiknat blijft. Bij droogte wordt kleigrond juist weer keihard en ontstaan er scheuren en barsten in de grond. Doordat natte klei aan elkaar plakt is het zwaar om te bewerken en ook keiharde kleigrond bewerkt niet fijn. Daarnaast blijft kleigrond in het voorjaar langer koud en komen planten langzamer op gang.

Kleigrond verbeteren


Je kunt proberen om met grof zand en compost de grond luchtiger te maken. Dit zal je lang moeten volhouden, klei werkt zich steeds weer omhoog. Ook het strooien van kalk is een methode. De klei bindt zich aan de kalk en wordt daardoor losser en kruimeliger. Daarnaast kun je voor de winter de klei omspitten en hopen dat de vorst de hompen klei laat verkruimelen, maar ook dit werkt tijdelijk.

Planten die van klei houden

Je kunt natuurlijk ook kiezen voor planten die het goed doen in kleigrond. Dit zijn10 vaste planten die prima gedijen op kleigrond:

1.     Vrouwenmantel (Alchemilla mollis)
2.     Akelei (Aquilegia)
3.     Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
4.     Vlinderstruik (Buddleia davidii)
5.     Schoenlappersplant (Bergenia)
6.     Kornoelje (Cornus)
7.     Klokjesbloem (Campanula)
8.     Vingerhoedskruid (Digitalis)
9.     Rozen (Rosa)
10.  Fruitbomen (Malus en Prunus)

Vrouwenmantel (Alchemilla mollis)

Akelei (Aquilegia)

Vlinderstruik (Buddleia davidii)

Schoenlappersplant (Bergenia)

Kornoelje (Cornus)

Vingerhoedskruid (Digitalis)

Rozen (Rosa)

Fruitbomen (Malus en Prunus)

donderdag 2 april 2015

Het moestuintje van AH

Een Nederlandse supermarkt heeft 44 miljoen turfbakjes met groentezaden uitgedeeld bij de boodschappen. Een leuke actie. Veel mensen, wij ook, zijn enthousiast begonnen met zaaien en de vraag is: hoe staat het nu met het AH moestuintje?


Kiemblaadjes

Veel van de zaden zijn opgekomen. Door veel warmte (dicht bij de verwarming) en nog niet zoveel licht, zijn de zaailingen vooral hoog, slap en dun geworden, met van die ielige steeltjes. De eerste twee blaadjes die uitgekomen zijn heten kiemblaadjes of zaadlobben. Deze blaadjes zien er bij veel soorten hetzelfde uit. Pas nadat deze kiemblaadjes zijn gevormd komen de 'echte' blaadjes. Deze blaadjes kunnen ineens een hele andere vorm hebben. Zodra de echte blaadjes te voorschijn komen is het tijd om de zaailing in grotere potjes te zetten, of te verspenen.


Verspenen

De moestuinplantjes in de kleine turfpotjes staan natuurlijk veel te dicht op elkaar. Het is dus nodig om ze uit elkaar te peuteren om ze in grotere potjes te zetten. Doordat de AH zaden tussen papier geperst zaten (zaadmatjes) en deze nog niet helemaal vergaan waren, was het even lastig om de zaailingen of kiemplantjes zonder te beschadigen uit elkaar te peuteren. Wortels, bietjes en radijs houden er niet van om verpot te worden. Deze zaai je dan ook bij voorkeur meteen op de definitieve plek.



Wortelhals van de zaailing

De kiemplantjes kunnen nu ook wat dieper geplant worden, tot aan de wortelhals. De wortelhals is het deel tussen de eerste kiemblaadjes en de wortels in. Als je dit gedeelte onder de grond plant, dan kunnen er vanuit de wortelhals nieuwe wortels ontstaan. De lange slappe zaailingen staan nu een stuk steviger. Pak het kiemplantje bij het verspenen altijd alleen bij een van de blaadjes op, niet aan het steeltje. Met een potlood of iets dergelijks maak je een gaatje in een potje met potgrond. Voorzichtig laat je de wortels en een deel van de steel in het gaatje zakken, de blaadjes en een klein stukje van de steel (1 tot 1,5 cm) blijven boven de grond. Duw het gaatje voorzichtig dicht met je vingers. Niet schrikken, de zaailingen hebben even tijd nodig om bij te komen. Waarschijnlijk hangen ze een tijdje slap in hun nieuwe potjes voordat ze fier overeind komen.

Afharden

Met een plantenspuit kun je de aarde rondom de zaailing goed nat maken. De plant zelf hoeft echt geen plens water op z'n kop te krijgen. Geef ook niet teveel water, de planten gaan dan slap hangen en gaan uiteindelijk dood. De potjes met zaailingen kunnen vervolgens iets kouder worden gezet, dus niet meer vlak bij de verwarming. Door te veel warmte krijg je van die slappe, dunne plantjes met hele dunne stelen. Een lichte plek is wel heel belangrijk. Een goede plek is bijvoorbeeld onder een afdakje op een zonnige plek of in de bijkeuken. Af en toe kun je de plantjes overdag al even buiten zetten. Dan wennen ze aan wind en temperatuurverschillen. Dit heet afharden. Tot half mei kan het af en toe nog vriezen 's nachts. Voor veel zaailingen, zeker de aubergine en de basilicum is dat nog veel te koud. 




Wortelstelsel

In de grotere potjes zullen de wortels zich goed ontwikkelen. De kiemplantjes worden echte plantjes en de soorten die tegen kou (geen vorst) kunnen zoals sla, andijvie, spinazie en broccoli kunnen vervolgens naar de moestuin verhuizen of je zet ze in potten en bakken op het balkon of terras. Wacht met de aubergine, basilicum, courgette en tomaat nog even tot half mei (ijsheiligen). Nog geen moestuin? Kijk op de site hoe je een makkelijk moestuin kunt maken.

maandag 9 maart 2015

Anemone blanda | Oosterse anemoon

De Oosterse anemoon of Anemone blanda heeft een heel lief, klein bloemetje. De bloemen lijken wel wat op margrieten, met een vrolijk geel hartje. Ze zijn er in blauwpaars, wit en er zijn ook roze soorten. Deze kleine anemoon is een knolgewasje. De harde, zwarte knolletjes die je in de herfst poot lijken wel wat op dropjes of steentjes (of keutels). Het is niet goed te zien wat de boven- of onderkant is. De knolletjes een nachtje laten weken voordat je ze plant, kan helpen om ze een goede start te geven.



Laagblijvende bosplant

De Anemone blanda blijft heel laag. Eigenlijk is het meer een bodembedekker. Van nature is het een bosplantje, ze houden dus van wat vochtige grond, halfschaduw en kunnen prima onder bomen of struiken staan. Maar heel kieskeurig is de anemoon daar niet in. Ze doen het eigenlijk overal wel goed, ook in potten. Ze komen ieder jaar trouw terug.



Voorjaarsbloem

De Anemone blanda komt begin maart heel voorzichtig tevoorschijn. De kleine blaadjes zijn nog opgerold en daartussen zijn de knopjes al zichtbaar. Als de zon gaat schijnen verschijnt er een groen tapijt met heel veel bloemen. Het mooist zijn ze in grote groepen, dus koop ze groot in. Een hele mooie frisse combinatie is de Anemone blanda met het limoengroen van de Euphorbia (Wolfsmelk).


Verdwijnend loof

Na de bloei verdwijnt het loof weer onder de grond, om je volgend voorjaar weer opnieuw te verrassen.




Deze anemonen staan in de tuin 'De Omscholing'.




woensdag 4 maart 2015

Bloesemfeest | Peach blossom | Prunus persica

Op 3 maart viert men feest in Japan. Het feest heet Peach Blossom Day of Hinamatsuri. In Japan staat dan de Prunus persica ofwel de perzik- of nectarineboom in bloei. Op deze dag mogen Japanse meisjes vieren dat ze een meisje zijn. Ze doen dit door het huis te versieren met perzikbloesem (Momo no Hana) en door poppen op een rode loper op een trap te zetten.



Nachtvorst en bloesem
Voor ons klimaat bloeit de perzikboom eigenlijk te vroeg. De kans dat de rozerode bloesem bij een nacht vorst kapot vriest is groot. Voor vruchten kun je de boom het beste op een beschutte plaats in de tuin of in een kas zetten. De perzik of nectarine is net als de kers, abrikoos en de pruim een steenvrucht die wordt ingedeeld bij de rozenfamilie. 

Takje bloesem in een vaasje
In Japan is men dol op bloesem; na het feest van de Perzikbloesem op 3 maart volgt in april het feest van de Kersenbloesem (Hanami Matsuri). Ook zonder een echte perzik- of kersenboom kun je een bloesemfeestje houden. Gewoon door een takje van een sierkers, sierpruim of kerspruim in een vaasje te zetten. Ook een takje van het amandelboompje (Prunus triloba) zal in huis gaan bloeien. Zo haal je alvast de lente in huis.








woensdag 25 februari 2015

Makkelijke moestuin of verhoogde borders

Hier in huis zijn de zaaikriebels toegeslagen. De eerste bakjes en potjes met zaaisels staan klaar, verschillende soorten pluksla en peultjes. Het is nog een beetje vroeg, maar ja, soms kun je niet wachten.

Makkelijke moestuin

Maar wat ga je doen met de peultjes, de sla en de basilicum als de zaailingen wat groter worden? Niet iedereen heeft plek voor een 'echte' moestuin. Een oplossing is het maken van een 'makkelijke moestuin'. Het concept komt van Mel Bartholomew en heet 'square foot gardening'. In Nederland heeft vooral Jelle de Makkelijke Moestuin meer bekend gemaakt.



Vermiculiet in de moestuin mix

Wat maakt het nu gemakkelijk? Met name het gebruik van de verhoogde borders gevuld met een mix van compost, kokosvezel en vermiculiet bestemd voor de tuinbouw (niet het isolatiemateriaal). Vermiculiet is een kleimineraal dat in ovens verhit wordt. De korrels nemen vocht op, geven dit langzaam aan de aarde af en houden de grond luchtig.



Alles in vakjes

Je kunt van alles in de bakken zaaien, groente en bloemen door elkaar. Door de indeling in vakjes van 30x30 cm blijft het moestuintje redelijk overzichtelijk. Voor kleine kinderen is het vooral fijn dat ze niet meer op de plantjes kunnen staan, ze kunnen er makkelijk omheen lopen en vanaf de zijkant kunnen ze er goed bij.


Je kunt de moestuin natuurlijk indelen zoals je wilt, ook met rijtjes of grotere vakken.


Door de bakken goed vol te zetten heb je veel minder onkruid en de grond droogt minder snel uit.


Ook in een gewone achtertuin of in de voortuin kun je bakken maken. Je hoeft echt niet meer te kiezen tussen een siertuin of een moestuin.

maandag 23 februari 2015

Plant van de maand februari: Viburnum tinus

Blogger natuurlijk-rijk stelde tuinierende bloggers voor om iedere maand een plant-van-de-maand te kiezen, om zo aan het eind van het jaar een lijst te hebben van favoriete tuinplanten. In de maand februari zijn het de sneeuwklokjes, helleborus orientalis, helleborus niger en de eerste krokussen die in veel tuinen voor het eerste lentegevoel zorgen. Toch is het ook fijn om in de tuin enkele groenblijvende struiken te hebben. Deze planten zorgen voor beschutting, volume, contrast en dieptewerking in de winterperiode.

Oplossing voor een kale wintertuin

De keuze voor de plant van de maand februari is geen spectaculaire keuze, eigenlijk is het een hele gewone, sterke groenblijvende plant: de Viburnum tinus. Deze Viburnum is een struik met mooi glanzend, donkergroen blad. Het opvallende van de Viburnum tinus is dat hij heel lang én tijdens de wintermaanden bloeit, zo'n beetje van december tot april. De schermvormige bloemen zijn wit of rozerood.


Winterhard, tot -12 C.

De Viburnum tinus is niet helemaal winterhard, het gaat goed tot -12 C. Door strenge vorst kan de plant bruine bladeren krijgen. De plant loopt in het voorjaar vaak gewoon weer uit en de bruine stukken kunnen dan net boven een groeiknop worden afgeknipt. Zelf heb ik nog geen vorstschade gezien, maar het is dan ook al lang niet meer zo koud geweest.


Snoeien niet nodig

Het is vaak niet nodig om de Viburnum tinus te snoeien, dat hangt af of de plant de ruimte heeft gekregen om te groeien. De tinus heeft van nature een mooie compacte bolvormige groeivorm. De Viburnum tinus 'Gwenllian' bloeit heel vroeg en blijft wat lager, zo'n 1,5 meter, net als de 'Eve Price. Uiteindelijk kan de Viburnum tinus uitgroeien tot een struik van zo'n vier meter hoog.

Haagplant

De Viburnum tinus kan ook goed als informele haag worden geplant. Bijvoorbeeld aan de kant van het huis waar het een beetje beschut is. Het mooiste is om de natuurlijke bolvorm aan te houden en een golvende, wolkige haag te maken. Het is niet mooi om de bladeren met een heggenschaar door te knippen.





dinsdag 17 februari 2015

Krokus

Het gaat beginnen: de lente. De sneeuwklokjes bloeien, de Helleborus komt omhoog en de eerste krokussen staan in bloei. 

Geel, wit en paars
Krokussen zijn nogal makkelijk: je stopt ze in de herfst in de grond of onder de grasmat en daarna komen ze ieder jaar terug. Ze worden vaak in gemengde pakketten verkocht (Crocus vernus): met gele, paarse en witte door elkaar en met streepjes. Deze krokussen hebben nogal grote bloemen en een nadeel daarvan is dat ze na een stevige regenbui plat op de grond liggen en niet meer overeind komen. 


Kleine driekleurige krokus

De boerenkrokus (Crocus tommasianus) is kleiner, subtieler en daardoor natuurlijker. Helemaal niet natuurlijk ogend, maar wel heel mooi is de Crocus sieberi Tricolor. Deze krokus is vooral bijzonder als de bloem nog gesloten is, dan zie je de kleurtekening het best. Uit ieder bolletje ontwikkelen zich meerdere krokussen. De knoppen verschijnen nog voordat het blad zich laat zien. Deze driekleurige krokus kreeg zelfs een award van de Royal Horticultural Society, de RHS.




Muizen eten krokussen


Krokussen groeien in iedere grondsoort en hebben weinig last van plagen en ziektes. Als de krokussen die je van de herfst hebt gepoot niet opkomen, dan zijn ze waarschijnlijk door de muizen opgegeten.

woensdag 4 februari 2015

Helleborus orientalis en andere knoppen

Het is koud en zo nu en dan trekken er stevige buien over. Toch is het de moeite waard om af en toe de tuin in te gaan om te kijken wat er allemaal gebeurt. Dicht bij de grond zie je de neuzen van de tulpen al omhoogkomen en van veel voorjaarsbollen is het groen al te zien.

Helleborus orientalis



Het is fascinerend om te zien hoe de Helleborus orientalis zich door een laag hagel omhoog werkt. 's Morgens hangen de bloemstengels nog slap naar beneden maar zodra de zon zich laat zien, richten ze zich helemaal op. 


Door het oude blad voor de bloei weg te knippen kun je de knoppen en straks de bloemen veel beter zien. Ook is de kans op bladvlekkenziekte kleiner. Na de bloei maakt de Helleborus weer nieuw vers blad aan.

Sneeuwklokjes of Galanthus nivalis



Voor een veld met sneeuwklokjes moet je geduld hebben. Toch vermeerderen ze zich in de loop der jaren. Soms lijkt het wel of sneeuwklokjes zich in kasteeltuinen beter thuisvoelen dan op een Rotterdamse volkstuin. Het zal te maken hebben met de leeftijd; sneeuwklokjes werden al vanaf de middeleeuwen in kloostertuinen aangeplant.

Knoppen van de boompioen



Als je goed kijkt zie je overal alweer knoppen verschijnen. Deze knop is van een boompioen. Mooi maar wel kwetsbaar. De boompioen zelf kan tegen vorst, de knoppen kunnen bij flinke vorst beschadigen. 



Niet alleen de nieuwe knoppen zijn mooi om te zien. Ook de oude bloemknoppen zijn nog prachtig. 

dinsdag 27 januari 2015

Salvia officinalis of echte salie

Er zijn planten die bewondering oproepen; planten met een speciale status. Deze status krijgen planten omdat ze buitengewone eigenschappen hebben, heel onbekend of slecht verkrijgbaar zijn of omdat ze simpelweg ongelofelijk duur zijn. Deze planten hebben vaak gemeen dat ze alleen met buitengewone zorg in leven gehouden kunnen worden, echte liefhebbersplanten.



Makkelijke plant met bijzondere eigenschappen

Maar er zijn ook hele gewone, veel voorkomende, spotgoedkope en makkelijke planten met hele bijzondere eigenschappen. De gewone salie of Salvia officinalis is zo'n plant. De plant is heel makkelijk verkrijgbaar en een uur je auto parkeren in het centrum van Rotterdam is een stuk duurder dan de prijs van een salieplantje. Wat maakt de echte salie of Salvia officinalis nu zo aantrekkelijk?






Groenblijvend in de winter

Ten eerste is het een plant die groen blijft in de winter, of eigenlijk grijs, en dat is meteen de volgende goede eigenschap van deze plant. Het zilvergrijs van het blad mengt in de zomer prachtig met felle kleuren, bijvoorbeeld oranje zonnehoed (Echinacea), paarse sieruien (allium) of met siergrassen. Het is een plant die rust geeft in de border.


Plant met smaak

Naast deze visuele kwaliteiten heeft dit kruid nog meer eigenschappen; smaak. Salie is een zeer sterk smakend keukenkruid en wordt vaak gebruikt in stevige (lees vette) vleesgerechten met een sterke smaak zoals lam of varkensvlees. De kok Jamie Oliver gebruikt regelmatig salie in zijn gerechten. Hij combineert salie met pompoen of maakt pasta met salieboter.


Geneeskrachtige plant

De naam Salvia komt uit het Latijn, salvus, en betekent ongedeerd, nog in leven, gezond. Er worden heel veel geneeskrachtige werkingen aan dit kruid toegeschreven. Een rondje Google levert op: reinigen van wonden en zweren, te gebruiken bij slangenbeten, wormen, grijs haar, koortslip, keelpijn, bij suikerziekte, buikloop en anorexia, menstruatieklachten, tegen opvliegers in de overgang, vermindert overmatig zweet en speeksel, helpt bij acne, bloedend tandvlees, zorgt voor een frisse adem, goed voor het geheugen en er zijn zelfs sites die beweren dat Salvia een remmende werking op de ziekte Alzheimer heeft. Er wordt op dit vlak serieus wetenschappelijk onderzoek gedaan. Bij salie onderzoekt men de bioactieve plantenstof fenolische diterpenen.



Salie en rituelen

Ook heel bijzonder aan salie is de spirituele waarde die aan de plant wordt toegekend. Amerikaanse indianen gebruikten rook van gedroogde salie voor spirituele reiniging, 'smudgen'. Ze deden dat met witte salie of Salvia Apiana afkomstig uit Californië. Er wordt beweerd dat de Kelten en de Germanen ook salie gebruikten bij rituelen, zoals bruiloften. De vraag is of ze makkelijk aan salie konden komen, omdat het kruid van oorsprong groeide in Zuidoost-Europa en rond de Middellandse Zee. Karel de Grote heeft met zijn kruidenlijst (73 stuks) bijgedragen aan de verspreiding van salie over het Noorden van Europa.

Kortom, echte salie of Salvia officinalis is een hele makkelijke, goedkope en mooie plant met een enorme rijkdom aan betekenis en verhalen. De foto's zijn gemaakt in de collectieve tuin 'De Omscholing' in Rotterdam.

maandag 12 januari 2015

Tuinboeken over moestuinieren


Mijn moestuinbakken zijn op dit moment in diepe winterslaap. Geen overvloed meer aan courgettes of tomaatjes die moeten worden ingemaakt, geen stortvloed aan rijpe pruimen die à la minute verwerkt moeten worden in jams en taarten. De winter is voor mij een heerlijke tijd om nieuwe moestuinplannen te maken voor het voorjaar. 

Hieronder een lijstje van boeken die mij inspireren om vanaf februari/maart weer te gaan zaaien en opkweken.





De eetbare tuin, lekker eten uit eigen tuin van Alys Fowler is een boek waar je zin van krijgt; zin om te tuinieren, te koken en te eten. Het leuke van haar manier van moestuinieren is dat ze alles door elkaar zet, ze maakt geen verschil tussen sierplanten, bloemen en groente. Alys -Ik wil het allemaal- Fowler laat zien dat je helemaal niet hoeft te kiezen tussen een groentetuin, verhoogde bakken, potten of een siertuin. Ze gooit alles door elkaar en schrijft daar heel leuk over. Haar tuin ziet er prachtig uit, een beetje rommelig en informeel. De foto's geven een heel realistisch beeld, het zijn geen aangeharkte ‘tijdschrift-plaatjes’. Integendeel, het boek staat vol lekkere vieze handen inclusief zwarte randjes onder de nagels.





















De mooie moestuin van Julia Voskuil is een klassieker. Dit boek verveelt nooit. Julia Voskuil bespreekt in dit boek de meest inspirerende en klassieke moestuinen en keukentuinen. Na het zien van de indrukwekkende Franse potager van kasteel ‘Villandry’ en de wat gemoedelijker moestuinen van kasteel Hex in België en Huis Bingerden in Angerlo wil je nog één ding; aan de slag in de tuin met brave hendrik, kardoen en spekbonen.




















De kleine moestuin, tuinbasics voor iedereen is een uitgave van de Royal Horticultural Society. Dat klinkt heel chique maar het boekje is juist een heel eenvoudig en overzichtelijk beginnersboek. Met duidelijke stap-voor-stap foto’s leer je hoe je aardappels, bonen, mais, snijbiet, bietjes en courgettes kweekt. Dat moestuinieren niet alleen over rozen gaat, lees je in de hoofdstukken onkruiden, plaagdieren en plantenziekten als neusrot, knolvoet en witrot.





















En natuurlijk mag het boek Wilde venkel & rabarber niet ontbreken. Caroline Zeevat schreef dit boek samen met Ans Withagen. Het boek laat zien dat je voor echte rijkdom geen geld nodig hebt. Van zevenblad maak je pesto en van kleinhoefbladbloemetjes maak je gelei. Het is echt een boek waarin je eindeloos kan blijven bladeren; de recepten, snoei-, zaai- en bewaartips en persoonlijke tuinbelevenissen buitelen door en over elkaar heen. De meeste boeken over moestuinieren laten het eindresultaat zien: malse kropjes sla, rijpe vruchten en bloeiende gewassen, kortom de moestuin op z’n mooist. Dit boek is anders, het laat zien dat er in de moestuin altijd wat te doen, te zien en te eten valt, ook ’s winters.